HOOFDSTUK IX.
DE GEMEENTEHUISHOUDING EN HARE FINANCIËN.
Bij een zoo sterke ontwikkeling, als Amsterdam in het laatste deel der vorige eeuw te aanschouwen geeft, kan het niet anders, of de interne huishouding der Gemeente houdt daarmee gelijken tred. Zelfs van gelijken tred houden mag niet gesproken worden; de ontwikkeling, zoowel van aantal als van om vang der diensten en bedrijven, gaat sneller dan de groei der stad.
Dit wijst op een essentieele wijziging van de positie der stadshuishouding. Inderdaad, zoo is het. Wij keeren in de 19e eeuw weliswaar niet terug naar de poorten en wallen, naar het binnen enge grenzen beperkte eigen economische leven van de stad der middeleeuwen, doch van nabij, door den grooten omvang, niet, maar op een afstand zeer wèl, is de nieuwe zich wijzigende positie van de stad, duidelijk zichtbaar.
Men behoeft niet meer aan de poorten te kloppen, om ’s avonds binnen gelaten te worden; stedelijke accijnzen zijn afgeschaft; alle niet noodzakelijke