IÓ8 DE GEMEENTEHUISHOUDING EN HARE FINANCIËN
belemmeringen van het openbare leven worden opgeheven en toch — de invloed van de Gemeente op het leven der burgerij wordt veel belangrijker.
Tot dejaren tusschen 1870—1880 is de huishouding van Amsterdam die van eene provinciestad. Daarna verandert het aspect. Het Gemeentebestuur acht zich geroepen de beschermende hand uit te strekken over het leven en de gezondheid der burgerij. Meer dan die van het Rijksbestuur, wijzigt zich zijn taak in het vierde kwart der eeuw.
De Gezondheidsdienst wordt georganiseerd; de Geneeskundige Dienst, op moderne leest geschoeid, wordt een wijd-vertakt instituut tot hulp in nood. Het ziekenhuiswezen, ook het particuliere, neemt in belangrijkheid sterk toe; eerst door het volk geschuwd, wordt het spoedig zeer populair.
In 1880 komt de dienst van het Bouw- en Woning toezicht totstand. „Optochten” van kippen worden op straten en plantsoenen niet meer toegelaten. Wat zij oppikten, wordt door den inge-stelden gemeentelijken dienst der openbare reiniging opgenomen. Geen veldkeien meer, geen goten langs de stoepen. Het jaar 1880 brengt ook het begin eener behoorlijke watervoorziening, het slachthuis en de veemarkt en, hoewel primitief, een aanvang van een betere zorg voor bad- en zweminrichtingen.