164 TOONEEL EN MUZIEK.
Salvatori, een vergaderlokaal geworden. Het andere stond op den Singel bij de St. Jorisstraat en herbergt thans ateliers en kantoren.
De Fransche Opera uit Den Haag kwam des winters eiken Dinsdagavond in den Stadsschouwburg, later ook des Vrijdagsavonds. Zij was de opvolgster van de Italiaansche Opera, die in het midden en den aanvang van de tweede helft der eeuw het veld beheerscht had. De Duitsche Opera uit Rotterdam, die vele jaren lang op zeer hoog peil stond, liet zich des Vrijdagsavonds in den schouwburg van het Paleis voor Volksvlijt hooren. Een Nederlandsche Opera verscheen, op het einde der jaren ’8o, in den Parkschouwburg; haar directeur was J. G. de Groot, haar muzikale leider C. van der Linden. Vóór haar verschijnen had de hoofdstad dus geen eigen opera-gezelschap.
Een geheel eigen plaats nam de Wagner-Ver-eeniging in. Onder leiding van Mr. Henri Viotta gaf zij aanvankelijk uitvoeringen van fragmenten van Richard Wagner’s muziekdrama’s in concert-vorm, later deze drama’s in haar geheel en en scène. Het koor der Vereeniging gaf voorts, onder den naam Excelsior, gedurende eenige jaren uitvoeringen van moderne oratoria. De uitvoeringen der Wagner-Vereeniging waren niet alleen muzikale gebeurtenissen van den eersten rang, doch brach-