TOONEEL EN MUZIEK. 157
komen, waarvoor grachten gedempt en fraaie oude buurten gesloopt zouden worden. Een wereld-tentoonstelling zou vreemdelingen in massa’s naar Amsterdam brengen. Een panorama, een panopticum, een mondain restaurant en dergelijke instellingen werden onontbeerlijk geacht, wilde Amsterdam de waardigheid van wereldstad deelachtig kunnen worden. De goede, oude stad moest haar eigen, onvergelijkelijk en ongeëvenaard karakter verliezen en zooveel mogelijk naapen hetgeen Parijs en Brussel te aanschouwen gaven. Daartoe behoorde ook een Eden-theatert zooals men in beide genoemde steden had, inwendig in zoogenaamd Moorschen of Oosterschen stijl, met een „promenoir,” waar balletten zouden vertoond worden, want dat deed men er te Parijs en Brussel ook. En het gebeurde. De vriendelijke concertzaal van Het Park werd gesloopt en op haar plaats verrees een gebouw van gedrochtelijke leelijkheid uit-, „Moorsch” inwendig. Deze Parkschouwburg (men had er, wonder boven wonder, een Hollandschen naam aan gegeven) werd geopend in 1883, het tentoonstellingsjaar. Men vertoonde er balletten, die een fiasco werden en na eenigen tijd ophielden. Na allerlei lotgevallen trok De Groot’s Hollandsche Opera in het gebouw en hield het er ettelijke jaren uit. De Fransche