j56 TOONEEL EN MUZIEK.
kracht begaafde Michel Solser massa’s menschen in verrukking gebracht.
Een schouwburg van bijzonderen aard was die in het Paleis voor Volksvlijt. De groote zaal vormde destijds een geheel; de westelijke helft diende tot concert-, de oostelijke tot schouwburgzaal. De beide helften waren niet, of slechts door een gordijn gescheiden. De ruimte der schouwburgzaal was met stoelen bezet, waaromheen in een halven cirkel een soort verplaatsbare schapenhokken gegroepeerd waren, die als loges dienst deden. Het was in die gruwelijke holle ruimte des winters bar koud, want de weinige kachels konden haar onmogelijk ook zelfs maar een schijn van warmte geven. Daar werden de balletten en harlequinades vertoond onder leiding van De Wit, met de beroemde décors van Grootveld en Maandag; daar moesten ook de beklagenswaardige zangers en zangeressen van de Duitsche Opera uit Rotterdam zich aan het gevaar van bronchitis en longontsteking blootstellen. Veel later werd deze ongure ruimte tot een afgesloten schouwburgzaal verbouwd.
Een geheel bijzondere geschiedenis is die van den Parkschouwburg. Men leefde in de eerste der jaren ’8o. Toen moest Amsterdam „een wereldstad” worden. Er moesten „boulevards”