TOONEEL EN MUZIEK. 155
Frascati, in de Middenlaan, waar vele jaren achtereen het publiek heenstroomde, om Mevr. Buder-man, Kreeft, Kelly, Kiehl e.a. te zien en te hooren in het opérette-répertoire, dat zulke kostelijke dingen als „De Mascotta,” „De Jonge Hertog „De Klokken van Corneville” „Giroflé-Girofla” en „De Musketiers” omvatte — de Hollandsche Schouwburg (te voren Artis-Schouwburg ge-heeten), het Circus Carré, het Rembrandt-The-ater en Flora.
Eene bijzondere eigenaardigheid van de hoofdstad waren, vooral in de jaren 1885—1895, de talrijke tjingel-tjangels, waarvan de meeste zich in de Nes en de Warmoesstraat bevonden. Zij hadden alle een open tooneel, waarop de dames-artisten in een halven cirkel zaten en elk op haar beurt een liedje zongen of een dansje uitvoerden. De bezoekers konden de chanteuses bij zich in de zaal laten komen zitten, mits zij behoorlijke verteringen maakten. Behalve de uitgaande jongelingschap, behoorden Engelsche zeelieden tot de beste klanten dier bedenkelijke établissementen, die voor en na verdwenen, zoodat er nog slechts een hoogst enkele een kwijnend bestaan voortsleept. In een dier cafés-chantant, van een ietwat beter gehalte, Victoria genaamd, heeft eenige jaren achtereen de werkelijk met groote komische