SPIJS EN DRANK. 15I
het wenschelijker van de cijfers der „jaarlijksche verimposten-wijn” gebruik te maken.
Volgens deze opgave werden in 1814 en 1815 gebruikt 5055 en 6308 okshoofden wijn, dus gemiddeld over de beide jaren 5681 a/2 okshoofd. Een okshoofd was 6 ankers of 232 liter, dus was het totale verbruik per jaar 1.318.108 liter, of wel, bij een bevolking van 194574 zielen, 6,8 L. per hoofd. In dit cijfer is niet opgenomen het verbruik van zgn. fijne wijnen, waarvan in die beide jaren 14.302 flesschen werden ingevoerd. Als Trijntje zoo goed vertegenwoordigd was als Wijntje, dan moet het er in die dagen van godsvrucht en ingetogenheid nogal aardig zijn toegegaan.
Ten slotte het biergebruik. Dit blijkt belangrijk te zijn toegenomen.
De jaren 1813 en 1814 geven een gemiddeld gebruik van 32.018 ton, of per hoofd ongeveer 17 liter. Volgens de opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek was het gemiddelde verbruik per hoofd der bevolking over de jaren 1910—1913 27.98 liter.
Er zij nogmaals de aandacht op gevestigd, dat voor de volkomen juistheid van de gebruikscijfers niet kan worden ingestaan. Doch in het algemeen geven zij wel een juist beeld van de in goede richting veranderde levenswijze van de Amsterdamsche bevolking.