SPIJS EN DRANK.
148
het cijfer van 50.9 liter per jaar. Duidt dit cijfer reeds op een krachtigen teruggang van het alcoholmisbruik, nog veel verheugender wordt het resultaat, wanneer men het laatste gegeven, dat het Centraal Bureau voor de Statistiek kon verstrekken, tot grondslag neemt,n.l. over het jaar 1913 .Over dat jaar was het cijfer voor Amsterdam 6,46 L. per hoofd der bevolking. Dit geeft per mannelijk hoofd der bevolking boven de 14 jaar een verbruik van 20,24 L., of nauwelijks een vierde van het verbruik van juist honderd jaar geleden.
Dit cijfer bevestigt, dat de Amsterdamsche arbeider een ander mensch-type is geworden.
Op een andere bladzijde wordt vermeld, dat de voeding volstrekt niet meer in hoofdzaak uit aardappelen bestaat. In het bovenstaande cijfer is uitgedrukt, dat het jenever-verbruik, al is het Amsterdamsche cijfer nog steeds iets hooger dan dat van het geheele rijk, niet meer het gezinsleven vernietigt en den mensch in den arbeider verdierlijkt. Het was ook mogelijk langs anderen weg tot deze conclusie te komen, doch nimmer zou het bewijs zoo onaantastbaar zijn te leveren, dan door de vergelijking van de beide cijfers.
Ieder weet wel, dat de zeden en gewoonten van den arbeider zich onder den beschavenden invloed van den politieken en vakvereenigingsstrijd sterk