H7
SPIJS EN DRANK.
men in aanmerking, dat het cijfer berust op de veronderstelling, dat de vrouwen deze dranken niet genoten.
Om te komen tot een vergelijkbaar cijfer van het jenever-gebruik in onze dagen, moet de uitkomst het betrouwbaarst geacht worden, wanneer bij de berekening hetzelfde systeem wordt toegepast.
Omdat na 1894 de arbeidersbeweging te dezer stede tot krachtige ontwikkeling kwam en op de levenswijze van de arbeiders grooten invloed uitoefende, is het om deze reden gewenscht, de gegevens achtereenvolgens uit twee perioden als grondslag voor de berekening te nemen.
Men zij wel indachtig, dat hier sprake is van accijnscijfers en niet van gebruikscijfers. Verder hebben de cijfers betrekking op een verhouding van 50 % alcohol, terwijl het gedistilleerd, zooals het gedronken wordt, niet meer dan 35 % bevat.
Uit de toelichting tot de cijfers van Nieuwenhuys is echter op te maken, dat ook zijn cijfers steunen op het gebruik van zgn. „onversneden” jenever.
Dus met het boven gemaakte voorbehoud, dienen de cijfers van 1892,1893 en 1894 tot grondslag.
Het verbruik per hoofd der bevolking bedroeg toen respectievelijk 14.03, 13.43 en *3 liter. Herleid tot het gebruik per mannelijk hoofd van de bevolking boven den 14-jarigen leeftijd, geeft dit