I4°
SPIJS EN DRANK.
De scheiding tusschen productie en distributie werd begeleid door een verordening, die op 22 September 1859 werd afgekondigd, waarbij o.a. bepaald werd, „dat vaatwerk, waarin melk wordt vervoerd, gedekt en van bepaalde teekenen voorzien moet zijn, ter aanduiding van de daarin vervatte melksoort.”
In onze dagen van eenvormigheid kent men zoovele soorten melk niet. Ieder verkoopt „volle” melk. In 1859 was dit anders en gaf men elke soort een letter.
In art. 64 van de Verordening omtrent de keuring van levensmiddelen van 3 Maart 1858, werd dit aldus aangeduid:
M, indien die soort is Melk.
R, »
„ ,, ,, Room.
T, „
,, „ „ Taptemelk.
V, „
„ ,, „ Verdunde melk.
K, „
,, „ „ Roomdemelk.
P, ,,
„ „ „ Kaas-, of Prutmelk.
Voor de „bereiding” van Verdunde melk mocht slechts zuiver, loodvrij regenwater, goedgekeurd schuitwater, of duinwater worden gebruikt.
In vergelijking met de gebruiken in onze dagen, doet het weldadig aan, dat ook officieel een koe een koe werd genoemd. Zelfs de mate van verdunning werd officieel aangegeven. Zij mocht