x39
SPIJS EN DRANK.
dezer eeuw lagen de melkschuiten overal in de grachten, terwijl ook de wagens zich „alomme” van een plaats meester maakten. De meeste melk werd in open houten emmers langs de huizen te koop geboden door de „huisluiden” (boeren).
Deze emmers moesten jaarlijks door „den ge-zwooren Ijker” worden nagemeten. Het stadswapen en het jaiartal werden er dan ingebrand.
Als in onze dagen, door een conflict met slijters en melkinrichtingen in kleine plaatsen, de boeren probeeren de melk zelf aan den man te brengen, zooals in enkele provinciesteden in de laatste jaren geschiedde, zoo zag men daar weer een situatie terug keeren, die aan het grijze verleden herinnerde.
De scheiding tusschen productie en distributie voltrok zich te Amsterdam in de eerste helft der 19e eeuw. Natuurlijk gebeurde dat niet plotseling. Vooral het houden van melkkoeien in de stad hield nog geruimen tijd stand. Schrijver dezes herinnert zich nog zeer wel, voor zijn teekenmeester, die tuberculeus was, uit een stal in de Jodenhouttuinen melk „zoo onder de koe vandaan” te hebben gehaald. Men kan zich moeilijk een plaats voorstellen, waar het nog ondragelijker stonk.
Toch gold dit nog als de manier om met eenige mate van zekerheid werkelijk volle melk te krijgen.