SPIJS EN DRANK. 127
welke veranderingen zich in de watervoorziening hebben voltrokken.
Hoe moet de bevolking verblijd en verrast zijn geweest, toen de in 1853 opgerichte Duinwater-Maatschappij bij de Haarlemmerpoort een kraan of fontein aanlegde, waar een ieder zich kosteloos van de deugdelijkheid van het water kon vergewissen!
Het verschil tusschen het water, waaraan men gewend was, en het zilverheldere, klare vocht, dat men te genieten kreeg, was als een tusschen de duisternis en het licht. j
Toch drong die blijdschap lang niet tot in alle kringen van de bevolking door. Toen drie jaren daarna, in 1856, het monument op den Dam werd onthuld, dat tevens hoofdfontein der waterleiding zou zijn, en in verschillende deelen van de stad standpijpen werden geplaatst, beluisterde men bij menige vrouw nog de opvatting, „dat het dood water is,” in tegenstelling met het water uit de Vecht, dat „levend” heette te zijn. Talrijke verhalen doen de rondte van slechte ervaringen, met dit water bij de bereiding van het eten verkregen. Vooral het pompwater was voor het afkoken van verschillende groentensoorten onontbeerlijk. Het „doode” duinwater nam de groene kleur weg!
Wij lachen genoegelijk over dergelijke ouder-