128
SPIJS EN DRANK.
wetsche bakerpraatjes en bevinden ons doodongelukkig, wanneer de ambtenaar van de Waterleiding komt waarschuwen, dat voor een noodzakelijke herstelling de waterleiding gedurende een paar uren wordt afgesloten; wee den Wethouder voor de Bedrijven, wanneer, op een zomerschen dag, drie en vier hoog het water iets schraler uit de leiding vloeit.
Dat er ook, en in sterke mate, gebrek aan water kon zijn, wanneer het vroor dat het kraakte, wordt nauwelijks meer geloofd. Toch was het maar al te vaak de droeve werkelijkheid, die velen dwong naar de stadsregenbakken te gaan en bij een snijdenden Oostenwind in de rij te wachten, om een emmer water machtig te worden.
Hoe was de watervoorziening in de eerste helft der 19e eeuw geregeld en welke was daarbij de rol der stedelijke overheid?
De Amsterdamsche bevolking verkreeg haar drinkwater in hoofdzaak op twee wijzen: door daarvoor ingerichte regenbakken, waarin het water, door middel van pijpen van de daken opgezameld, werd vergaard, en door den aanvoer van rivierwater, dat naar Amsterdam werd gebracht. Bruikbaar bron- of welwater behoorde tot de groote zeldzaamheden.
Wie nu op aanraden van Nieuwenhuys de rap-