SPIJS EN DRANK.
Il8
kende van deze herbergen behoorden „Het Zeepaard” in de St. Jansstraat, „De Koning van Pruisen” in de Nes over de Vischmarkt, „Gött” in de Pieter Jacobstraat en „Heintjeachter de Hal.”
De bakker, die een gezel noodig had, kon er zeker van zijn er daar een te vinden; de waard verleende zijn bemiddeling en een flesch wijn bezegelde de overeenkomst.
Bepaald hoog was het loon nu juist niet te noemen. Een meesterknecht verdiende ƒ 30.— per drie maanden, met kost en inwoning; een midden-knecht ƒ 25.— en een onderknecht ƒ 18.—.
Bij de groote enquête, welke gehouden werd ter beoordeeling van de noodzakelijkheid van de afschaffing van den nachtarbeid, bleek zeer duidelijk, dat van den ouden vorm van het bedrijf weinig meer over was.
Nog 26 bakkers, die een omzet hadden van 1,1 % van het broodverbruik, werkten alleen; 125, met een omzet van 12,2 %, werkten met 1 of 2 knechts; 134, die een omzet hadden van 36 %, oefenden het bedrijf uit met 3—9 knechts; 28, die 50,6 % van de industrie vertegenwoordigden, werkten met 10 of meer knechts.
De afschaffing van den nachtarbeid heeft de verdere ontwikkeling van het grootbedrijf tegengehouden. Alweer hebben de Amsterdamsche