114 SPIJS EN DRANK.
dagmaal onontbeerlijk bleef, om zijn taak met lust en opgewektheid te volbrengen.
Toen in het jaar 1918 de broodvoeding voor een deel vervangen moest worden door gekookte spijzen, waarin de aardappel weer een hoofdrol vervulde, werd in vele fabrieken, werkplaatsen, ateliers en kantoren de noodzakelijkheid gevoeld, om den arbeidstijd te wijzigen en wel zoo, dat midden op den dag voldoenden tijd of (en) gelegenheid werd verschaft tot het gebruiken van een warm maal. Hiermede is wel in overtuigende mate bewezen, hoezeer de wijze van voeden bij een groot deel der bevolking een verandering had ondergaan.
Zoodra de toestanden weer normaal werden, zoo zeggen ons de cijfers, keerde de bevolking terug naar het gebruik van een broodmaal midden op den dag, waaraan zij zich zoo sterk gewend had.
Dit gebruik onderscheidt thans de voedingswijze van de Amsterdamsche bevolking sterk van die van groote steden in het buitenland.
Hoewel niet met zekerheid, is het toch mogelijk een vergelijking te maken tusschen het broodgebruik per hoofd der bevolking een honderd jaar geleden en thans. Het eerste staat genoteerd op ongeveer 31/2 pond tarwebrood per week; hieraan moet nog het verbruik van roggebrood worden toegevoegd, hetwelk gemiddeld op 1 pond kan ge-