108 SPIJS EN DRANK.
Voor haring en zoutevisch waren twee andere keurmeesters in de weer en de riviervisch werd door den zgn. botmeester gekeurd. Halfdoode visch ging naar de Godshuizen.
Wat is er van dat alles overgebleven?
Van de vier markten is er geen meer over. De zorg van de overheid voor een goede vischvoor-ziening concentreerde zich in het stichten en onderhouden van een vischhal, die voor de consumptie van Amsterdam van zeer weinig betee-nis is. Van den vrij omvangrijken handel in versche visch, die van 1880 werd gedreven aan de Gelder-schekade, is niets meer over. IJmuiden nam de plaats van Amsterdam in. Daar kwam de groote veiling tot stand, die in hoofdzaak gericht was op de ontwikkeling van den handel op het buitenland, voornamelijk Duitschland. Met hetgeen er over bleef, moest Amsterdam zich vergenoegen. Of deze ontwikkeling van het vischbedrijf daarvan de oorzaak was, dan wel dat de smaak van de bevolking zich wijzigde, zeker is, dat het verbruik van visch sterk afnam.
Volgens een gemaakte berekening zou door de Amsterdamsche bevolking, welke 580.000 zielen bedroeg in 1912, voor ongeveer ƒ 700.000 {en gros inkoopprijs) Noordzeevisch zijn geconsumeerd.
In 1914 besloot de Raad tot oprichting van ge-