IO3
SPIJS EN DRANK.
oorlog een verbruik van plus minus 31 pond per hoofd. Daar de Joodsche bevolking dit artikel niet consumeert, is het werkelijke verbruik hooger.
Van het verbruik van paardenvleesch wilde men — bij den overvloed van het andere ook zeer begrijpelijk — niets weten. De voornaamste verbruikers van paardenvleesch waren de honden.
Volgens mededeeling van den Heer Sinck aan Martin Kalff, den schrijver van „Amsterdam in Plaatjes en Praatjes,” gold het paardenvleesch in 1818 vier cent het Kilogram. „De slachter betaalde voor een heel paard ƒ 0.30, of kreeg in vele gevallen nog een bagatel toe, als hij het beest maar wilde weghalen.”
Het gebruik van paardenvleesch dagteekent van 1850 af en werd door het bedrijf van den Heer Sinck sterk in de hand gewerkt. In de Jordaan werd het voor ƒ0.12 het Kilo verkocht.
Buitengewoon omvangrijk is het gebruik van paardenvleesch nooit geworden. Aan het Abattoir werden tusschen zes en zeven duizend paarden per jaar geslacht. Het verbruik was dus één paard per jaar en per 1000 inwoners.
Bovenstaande beschouwingen en vergelijkingen zeggen helaas niets omtrent het verbruik in de verschillende klassen der bevolking. Algemeen