IOO
SPIJS EN DRANK.
Amsterdam geen enkele vleeschhal meer. Daarentegen zijn er zeer vele slagers en wel ongeveer 700 of op elke 930 inwoners één.
Nieuwenhuys vertelt, dat er doorgaans 120 runder- en ossenslagers in deze stad zijn, aldus, bij een bevolking van plus minus 195.000, één runderslager op 1625 inwonders.
Het laat dan ook geen twijfel, of het aantal slagers is relatief belangrijk toegenomen. Daartoe heeft ook de instelling' van het Abattoir bijgedragen, waardoor het beroep eene belangrijke wijziging onderging en het uitoefenen daarvan minder omslachtig werd.
Veel wordt er getwist over de vraag, of het verbruik van vleesch per hoofd der bevolking al dan niet is toegenomen. Waar de consumptie van dit artikel veelal als maatstaf voor den welstand der bevolking geldt, moge eene kleine berekening daaromtrent niet overbodig heeten.
Hier mag evenwel niet over kleine perioden gerekend worden; het veiligst is, wanneer de uitkomst van onze gegevens vergeleken wordt met die van de door Nieuwenhuys verzamelde.
Ter beoordeeling van het vleeschgebruik in vroegere tijden, moet een keuze worden gedaan tusschen twee opgaven, die aanmerkelijk van