99
SPIJS EN DRANK.
Amsterdam bepaalt, zooals de Amsterdammer in vreemd gezelschap immer de hem kenmerkende eigenschappen handhaaft, de geheele eeuw door, terwijl talrijke zustersteden een ander beeld vertoonen, zijn eigen typische ontwikkeling op het gebied van het voedingswezen. Overal elders ontstaan markthallen; Amsterdam heeft er blijkbaar geen behoefte aan. De enkele centrale verkoopplaatsen of hallen, die er zijn, verdwijnen, of verminderen in beteekenis.
Het vleeschverbruik.
Waar zijn de vleeschhallen gebleven? Amsterdam had er vijf in het begin der 19e eeuw: de groote hal in de Nes, de hal op de Botermarkt, de Westerhal, de Heerenmarktshal en de hal voor de Joden aan de Houtmarkt, tegenwoordig in de Nieuwe Amstelstraat. Vier van de vijf zijn verdwenen, terwijl de hallen voor de Israëlieten (aan de bestaande is later nog een, aan de Nieuwe Kerkstraat gelegen, toegevoegd) een moeilijk bestaan leiden en slechts in stand blijven door ritueele gebruiken en financieele belangen van de Joodsche Gemeenten, die van het ritueel geslachte vleesch een retributie heffen. Waren deze bijzondere omstandigheden niet aanwezig, dan had