94 DE VERLICHTING.
door een besluit van den Raad van 21 November 1900, betreffende de oprichting van een Electri-sche Centrale op het terrein van het oude Entrepot aan den Hoogte Kadijk.
Op 22 November 1903 was de Centrale gereed. De strijd tusschen electriciteit en gas ving aan. De aanwending van electriciteit voor kracht buiten beschouwing latende — haar succes voor dit doel bleek spoedig onbetwistbaar — bleek ook het gas een duchtigen concurrent te hebben gekregen en dat wel voornamelijk voor zoo ver het de openbare verlichting betrof. Toen zij voor het eerst in 1904, op het Stationsplein, toepassing vond, werd het resultaat zeer toegejuicht.
Andere steden, die denzelfden ontwikkelingsgang hadden doorgemaakt, gingen weer gedeeltelijk naar het gas terug, toen de zgn. „persgaslampen” het in lichtsterkte wonnen. Amsterdam ging evenwel op den ingeslagen weg voort en, begunstigd door de oorlogsverhoudingen, heeft thans de electriciteit voor verlichting over de geheele linie het pleit gewonnen.
Zoo snel gaat de ontwikkeling van het electrici-teitsverbruik, dat de Electrische Centrale, in 1903 gereed gekomen, spoedig voor een deel van den dag buiten werking zal worden gesteld en aan het Noorden der stad een nieuwe Centrale is ver-