95
DE VERLICHTING.
rezen, met een capaciteit, groot genoeg om geheel Noord-Holland van electriciteit te voorzien.
De openbare gasverlichting heeft het ongeveer een halve eeuw uitgehouden. Op i Januari 1846 liep het contract voor de olieverlichting af. Burgemeester en Wethouders hadden toen uitgerekend, dat ter vervanging van de 1673 bestaande olie-lichten, 1700 gaslantaarns noodig waren en wel: 1100 vleermuisvleugels, 300 driespruitbranders en 300 Schotsche branders, en dan nog 50 olielantaarns tot verlichting van de buitenwijken, dijken en singels. Van 1847 dateert dus de openbare gasverlichting.
Aan het einde van het jaar 1919 wierpen er nog slechts 65 gaslichten hun schijnsel op den openbaren weg.
De moderne terminologie verbiedt mij te spreken van het aantal electrische lantaarns, die de plaats van de gaslantaarns hebben ingenomen; men spreekt thans van „lichtpunten.” Van dezulke waren er op genoemden datum 7306. Het grootste gedeelte, 5945, heeft een lichtsterkte van 100 N.K., maar er zijn ook booglampen van 4500 N.K.
Het aantal automatisch bediende lampen is nog niet groot; het bedraagt slechts 830. Wordt dit stelsel algemeen doorgevoerd, dan zal Amster-