93
DE VERLICHTING.
De burgerij was tevreden en het Gemeentebestuur voldaan. De eerste over de verlichting en de coulante wijze, waarop zij door het gemeentebedrijf werd bediend, de tweede bovendien over de financieele resultaten.
Maar een mensch is nu eenmaal nooit tevreden. Altijd is hij zoekende naar meer geluk en meer licht. De Joodsche volksopvatting legt tusschen beide een subtielen band. „Waar licht is, is vreugde,” zoo heet het in den Joodschenvolksmond.
Het resultaat van het zoeken, het electrische licht, deed ook te Amsterdam zijn joyeuse entrée. Enkele groote inrichtingen plaatsten een eigen installatie, waarna de Gemeenteraad, die blijkbaar door de gasmisère niets geleerd en alles vergeten had, op 24 September 1890 aan „Electra,” Maatschappij voor Electrische Stations, te Amsterdam, concessie verleende voor het leggen van electrische geleidingen.
Had het College van Burgemeester en Wethouders inderdaad alle lessen vergeten? Weldra bleek van niet. In stilte had men doorgewerkt, als resultaat waarvan aan de Brouwersgracht, in de stallen van de voormalige A. O. M., een krachtstation werd gevestigd voor de levering van electriciteit ten behoeve van de tramlijn No. 10. Deze maatregel was van tijdelijken aard en werd gevolgd