92 DE VERLICHTING.
het particulier bedrijf, van groote beteekenis.
De Gemeente heeft de gasfabrieken niet cadeau gekregen; zij moest daarvoor betalen een bagatel van ƒ 16.335.406,69. Om dit bedrag te kunnen voldoen, sloot zij een leening van ƒ 17.200.000. Gelukkig, dat het rente-type in dien tijd slechts 3 % was, anders zou de last voor dit nieuwe gemeentebedrijf bijna ondragelijk zijn geweest.
Achtereenvolgens kwamen nu groote verbeteringen tot stand. Had de „Imperial” de straatverlichting door gasgloeilicht tegengehouden, korten tijd na het overnemen werd zij door het gemeentebedrijf ingevoerd. Belangrijker was nog de invoering van de muntmeters, waardoor duizenden nieuwe verbruikers toestroomden. Het allerbelangrijkste was, dat reeds een jaar na het einde der concessie de gasprijs verlaagd kon worden van ƒ 0.09 op ƒ 0.07.
De invloed van het gemeentelijk beheer op het verbruik was waarlijk buitengewoon te noemen.
Op 10 Augustus 1898 waren er 23.793 gewone en 790 tusschenmeters; in 1913 was dit aantal in totaal 51.931.
Bij het overnemen waren er 915 muntmeters, in 1913: 73,592.
Het totaal-gasverbruik was in deze periode van 15 jaren gestegen van 25.000.000 M3. tot 97.261.442.