82
DE VERLICHTING.
ons ligt, doch wel over die, welke voorbij is, te schrijven, moet de sluier der toekomst ongerept blijven.
Bij het schijnsel van de olielamp, die daar zoo rustig aan tusschen de huizen gespannen touwen hangt, begluren wij de instructie voor de „lamp-bezorgers,” voor de „aanstekers,” of voor de „nachtronders of naspeurders.” Het blijkt dadelijk, dat men de kunst, om alles tot in bijzonderheden voor te schrijven en op papier te regelen, zeer wel verstond. De instructie voor de lamp-bezorgers bestond uit 21, voor de aanstekers uit 12, voor de naspeurders uit 2 artikelen.
De lampbezorgers, wier taak o. m. was de lampen te vullen, moesten bovendien nog een eed afleggen, van omvangrijken inhoud, doch waarvan de beteekenis feitelijk was, zooveel mogelijk zekerheid te verschaffen, dat de kostbare olie, waarmede de lampbezorgers er dag aan dag op uittrokken, voor het bestemde doel zou worden aangewend.
Met „zoo waarlijk helpe ons God Almachtig” moest bezworen worden, „dat de overblijvende olie getrouwelijk aan den opziener zou worden terugbezorgd.”
Overigens werd nog door een groot aantal boete-bepalingen, van welke slechts een tiende