HOOFDSTUK VI.
DE VERLICHTING.
Tusschen de olielamp en de electrische straatverlichting, automatisch ontstoken en uitgedoofd ligt slechts een eeuw. Hoe kort is deze periode in verhouding tot de machtig groote ontwikkeling van het kunstlicht! Voor Amsterdam is deze verhouding nog aanzienlijker, omdat zij een der laatste was, die in den aanvang der 19e eeuw „startte,” en een der eerste, die aan het begin dezer eeuw het einde van de eerste „lichtbaan” bereikte.
Als de straatverlichting van onzen tijd vergeleken wordt met die, welke aan het einde der achttiende eeuw nog algemeen gebruikelijk was, de gewone olielamp of de verbeterde, de réverbère, dan is dat een onderscheid als van nacht tot dag. Is het echter niet zeer aannemelijk, dat een vergelijking van de straatverlichting in de volgende eeuw met de tegenwoordige, tot een zelfde oordeel aanleiding zal geven? Het kan zijn, doch waar het niet in de bedoeling lag over de eeuw, die voor
AMSTERDAM EN ZIJNE BEVOLKING 6