Amsterdam en zijne bevolking in de negentiende eeuw

Titel
Amsterdam en zijne bevolking in de negentiende eeuw

Jaar
1920

Pagina's
270



DE VERLICHTING.

83

deel voldoende zou zijn, om in onze dagen de gemeente-werklieden tot staking te doen overgaan, aan de beteekenis van den eed kracht bijgezet.

Er blijkt wel uit, dat de openbare verlichting voor de overheid een bron van voortdurende zorg is geweest en dat wel met een zeer pover resultaat. Vooral wanneer de maan zich niet wilde bekommeren om de menschelijke voorschriften. Want tusschen het aansteken en uitdooven — veelal was dit laatste niet noodig — en het open afgaan van de maan, was een administratief verband gelegd.

Zoo van iets, dan mag van de verlichting gezegd worden, dat zij slechts een relatief begrip vertegenwoordigt. De straatverlichting wordt door de burgerij afgemeten naar de verlichtingsmoge-lijkheid in huis. En die was destijds eigenlijk nog geringer, vooral bij de menschen van kleine middelen, dan de straatverlichting.

Werden er dan in het geheel geen verbeteringen aangebracht? In onze oogen schier geene van beteekenis, doch voor de burgerij uit die tijden vele en belangrijke. Wie wel eens een olielamp brandde zonder glas, zal begrijpen, welk een heerlijke vinding het lampeglas was, hetwelk, aan het einde van de achttiende eeuw, de flikkerende en dampende olievlammen tot rust bracht. De grond-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.