„Je bint met geen kind uit”, zei Van Buren, ,,’k heb een heele nieuwe romankunst uitgevonde. Ligt thuis in me schrijftafel-la.” Eerst moest de A.J.C. en de Rooie Valken en de Rooie Vogels en de Pioniers en dat heele magazijn Liberty-poppen ’s niet langer de boekwinkels regeeren. Dan zou hij ook ’s recht van mee-praten krijgen.
Toegangen tot den Dam aan de Kalverstraat-zijde stonden door de politie bewaakt. Geen verdachte kwam door. Middenplein lag schoon. Vanaf het Damrak, naar den Voorburgwal, in de Jordaan-richting, resten van uiteengeslagen demonstratie. Nieuwe aansluiting was onmogelijk. Kleine groepjes slenterden gespannen. Stille hardnekkige formaties. Konden geen nederlaag erkennen. Ook door hun saamblijven: niet verder uiteengedreven. Wilden steeds opnieuw zich met andere resten hereenigen. Bleven als verstrooid jachtwild voortgedrongen en ingesloten, door de zwaargewapende drijvers. Bereidheid tot volhouden aan beide kanten. Politie te voet en te paard. Getrokken sabels. Hier en daar een inspecteur; officier-verschijning. Sprong-klaar bij de geringste wijking van den vijand. De arbeiders gram-hard daartegen. Extra beloerde voormannen en vechtersbazen. Louw de Jongh, Dirk Voerman onder hen. Zwijgende verstandhouding van taktiek. Ontduikend. Aaneensluitend. Verspreid. Stil verslagen bij verlies van de afgedrevenen die de klap