Persoonlijkheid

Titel
Persoonlijkheid

Jaar
1908

Pagina's
239



DE ZEGEPRAAL.

Toen hij, in den laten en lichten voorjaarsschemer binnen kwam op haar kamer, had zij het dadelijk gezien, aan zijn beweegloos kijken, zijn lichtlooze oogen, waarin, achter de buitenste effenheid, een groote donkerheid zacht doofde ; had zij het gehoord aan de matte wegdorring van zijn geluid: het was hem een van die oogenblikken, waarin het groote leed, lang wreed-pijnend ingehouden en met weenlooze, schroeiende aaiingen geliefkoosd, zich eindelijk in het dadelijkste denken krijtend opwringt en om uitstorting woelt, als een kind, lang in het moederlijf smartelijk bewaard en nu ten einde volgroeid. En zacht, in den discreten toon van haar grootsche kalmte, had zij hem teruggegroet en tot zitten genood. Even had hij zwijgend gezeten, verzwarend de stilte tusschen henbeiden tot de stijgende, zwellende overvolheid vóór de hartstochtelijke ontlading, zelf begeerig wachtend tot zij, zijn beste vriendin, zijn beklemming voelen en spreken zou.

„Moet je nog werken vanavend?” vroeg ze, om iets te zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.