Persoonlijkheid

Titel
Persoonlijkheid

Jaar
1908

Pagina's
239



„Is hij daar dan geen baas van ? ’t is toch zijn huis, is 't niet ?”

„Mot jij me dat vertelle ? nie noodig hoor, zooas hij z’n huize krijgt, dat binne geen künste. . . .”

„Och . . .” zei ze, een aardappel plonzend in den naast haar staanden emmer; „da’s toch allemaal maar afgunst.” „Heb jij dan geen afgunst op ’m ?”

„Ik . . . ik heb nog nooit geen afgunst gehad, dat ka-je me teminste niet nageve.”

„Nageve, nageve,” zei-ie, onrustig, verward door 'r vijandige toon, „hoe meen je kind, waarom nageve ?”

Hij zag haar vanuit den stoel tegen den wand, waar-ie gedoken zat, ’t hoofd in verder-vragen-afweren lichtjes schudden en dan, met een zucht, zei ze : „Och . . .” als ’t opgevend uit te weiden.

„Waarom hè-je ’t dan zoo donker gemaakt ?” vroeg-ie . . . je kan toch zoo niks zien, dat gordijn hoeft niet neer, dat ziet toch op geen straat uit ?”

„Dat gordijn niet?” zei ze, aarzelend midden in den spottoon, „nou, dan weet je ’n et niet, voor ’n tante motte de gordijne neer. . .

„Wie zegt je dat ? een raam an de plaats...... onzin,

trek maar óp, hoor!”

„Izak zeg dat ’t neèr mot. . . ’t mot neèr.”

„Weet-ie veèl. . . geloof mijn nou, Es, 't het niet noodig . . . waarvoor zit je dan jezelf in ’t licht, zoo ka je toch niks zien? ga omzitte.”

„La mijn nou maar gaan, ’k zit goed,” norschte ze. „Maar je bederreft je ooge toch kind !”

,,’k Bederf niks,” zei ze, nu even licht kleurend in 't ongewoon-wèren van z’n bezorgdheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.