430
Ik weet wel dat niet alles gezegd kan worden, niet alles verwerkt.
Maar wat mij het leven, na diepe bezinking, gepeins of verrukking te beelden geeft, is zoo ontzettend veel dat ik er wel ,n geslacht groote werkers van kan overdoen.
Florence, schrok je, toen ik je sprak van al dat moordleven, dat inwerken met de verbeelding en de zinnerealiteit ?
Maar blijf ik daar bij ?
Ik wil in mijn werk beelden de heiligheid, de verrukking, de roes, tot de dierlijkheid in alle gradaties. Ik ga van den eenen levenspool naar den ander, en beeldt alles wat er tusschen ligt. Want tusschen die twee polen is 't leven pas kompleet en universeel. Als ik maar in één boek, een schepping, telkens 'n groep uit die menschengang uithouw, en telkens andere hartstochten, dan ben ik tevreden.
Zie lieve, zoo word ik gegrepen door een vrouweziel. Ik doorschouw haar listen, sluwheden, haar fijne intuïtie, haar broos kennen. Ik doorschouw haar liefde, haar passiën. Want lieve daarom zoo diep, wijl ik haar passiën lévend onderga.
Mijn analyse-zucht volgt me overal. Ik wil het vrouwenkarakter doorgronden in alle typesoorten, en ik zal ze beelden, dan hier, dan daar, telkens misschien in elk werk, een of twee figuren er van, maar die zullen dan ook leven, groot en hevig in eigen sfeer. De studie-opbouw van een vrouw- en mannenziel vind ik in alle wendingen van leven, verrukkelijk, en de intuitieve verbeelding er hoogelijk voor noodig, verdiept heerlijk het scheppingsgenot.
't Is 'n leefkoorts, die toch de felste, scherpst-observeerende, ontledings-eigenschappen van de hersens eischt.
Er zullen zijn Florence, jaloersch van mijn universeel geweld ; die spotten willen met mijn scheppings-verbeelding : die zeggen .zullen : 't zijn de vervluchtigende fato-morgana's van zijn .zoekenden geest. Ook zullen zij zeggen : hij suggereert zich