412
Met kristal, met mest, met aarde, met onyx, met steen, met marmer, met bloemen met menschenzweet en aardevuur, met levend licht, als de groote scheppingsziel er maar doorheen gaat. In zang, in akkoordenklank, op doek, op tooneel, in boek, in klei, 't doet er niet toe.
Als de allerhoogste schoonheid maar gestalten krijgt, ontzaglijk, een schoonheid en geweld van scheppen, die onzen tijd in grootschheid heft tot, misschien boven 't plan van Homerus, Shakespeare, Sophokles, Dante.
Dat kan, dat kan ! Laten we in godsnaam niet zeggen dat 't onmogelijk is !
't Kan. 't Leven is er grootsch en schuift de materie op ons aan.
We laten ons niet besuggereeren door te staren op grootheid van het Verleden !
Ook onze tijd is grootsch, als de godsgestalte van onze ziel maar in ons heerlijkste en echtste werk uitgroeit tot 'n kolos in deze nieuwe tijden.
't Komt er eigenlijk nooit op aan wie iets grootsch zegt.
Door de eeuwen heen gaat toch elk individueel gevoel voor den persoon verloren.
De allergrootste schepper en voeler is zoo algemeen, zoo geweldig episch en universeel in z'n groei dat hij de menschheid inkarneert in zijn kunst, de menschheid zelf laat spreken, 't totaal van alle aandoeningen, smarten en jubel in zich kon-centreert.
De ontwikkelingsgeschiedenis van groote mannen is dikwijls verrukkelijk om te lezen, maar toch Florence, vindt je 't ook niet 'n nieuwsgierigheid-bevrediging, scherp beschouwd, van lagen psychologischen rang ?
II.
Och Florence, als ik weer op 't land mocht meedoen, maaien, hooien, wieden, spitten wat zou 't mij zalig verheugen.