4og
verdonkerd soms, tot duisterroode en donker-kleurige verhalen, als de menschelijke dwaasheid uitgegloeid voorbijgaat, met haar schaduw dekt zijn schijnende glorie.
't Leven is de groote toovenaar die uit de molmende aarde, uit slijk en vuil, visioen-schoone bloemen goochelt, den gloed der vruchten maalt, en de schoonste kleurwonderen laat beven op vogelen vleugels.
O ! 't Leven is een gouden boomgaard, waaronder katakomben kronkelen.