4O6
Wanneer ik onder dat leven tref onbewust heroïsme en zuivere idealite it in simpele zielen dan zal ik er met groote vreugd van beelden.
Maar zoolang om de doodkist, waarin 't lijk van een smartelijk gestorven armoe-grijsaard, door man, vrouw en kinderen-familie, zóó gevochten en gezopen wordt om enkele guldens, dat de kist, gebroken en geschonden, dienst doet als beschuttingsmiddel tegen den hevigen aanval van 'n waanzinnig van gelddorst bezeten vrouw op den schooier-man; — voor den Dood allen eerbied en huiver wèg is, — zoolang zal ik die heroïsche leefaandoeningen in de vreeselijke kringen van donkerste misdaad en ontaarding niet licht treffen.
Mijn lichaam is nu nog te zwak.
En ik geloof niet, Florence, dat ik er ooit heelemaal boven op zal komen. Maar je weet nu lieve, hoe hevig ik weer snak naar de gloeiende botsing met 't leven in al z'n kringen.
De burgerlijke fatsoenswereld heeft z'n wee's en ach's, z'n misere en vreugdetjes. En 't is voor 'n scheppend werker ook dikwijls een groot genot in fijnste gradatie, 't klein-burgerlijke leven te beelden in zijn worsteling, ondergang mèt of opkomst uit saaie, stroeve, konventietjes en duffe benepenheid. Eenmaal dat leven bestudeerd, geeft de omschepping tot kunst zeer diepe en innige emotie en schoonheidsontroering.
Maar rijker, machtiger, intenser leven breekt uit in den roes, 't stout-dolle, 't hartstochts- en tragisch-zware, 't passie ontketende en passie-gèketende der lagere menschenwereld. Want bijna altijd er naast leeft in 't verborgene, 't zwijgend-heroïsche, 't groot-tragische, 't heel-teedere, niet apart niet romantisch-onbesmet, maar tusschen verschrikkelijke daden en leefuitbar-stingen van onmenschelijke hevigheid en wreedheid in.
Echte geestdrift, durf, geweldigheid, jaloezie en liefdespassie vindt je 't zuiverst menschelijk in de kringen waar de menschdriften vrij uit, in omgang uitbarsten kunnen, waar geen kronkelen en strikkerig begrippengespeel heerscht met fatsoen, geen duffe berekening; waar niet met rhetorischen omhaal en zoete