393
eerste ontbindingsverschijnsel van een zwakke menschelijkheid.
Nu beweeg ik me in alle standen en rangen, en de gekompli-seerdste inwendigheden van het maatschappelijk bestaan, doortast ik met psychisch en fysisch vermogen te gelijk. Het dokument en de intuitie, de verbeelding en 't feit, de voorstelling en de nuchterheid der waarneming, ze vloeien bij mij inéén, en ik bewerk er des te zuiverder het leven mee.
II.
Zie Florence, zoo langzamerhand zal ik je nu over mijn werk en mijn diepste natuur wat zeggen, over mijn werkwijze, mijn voorbereiding en mijn methodes.
Maar vooral mijn diepere natuur is heel vreemd, want die dreigt telkens al m'n orde-eenheid omver te smakken.
Weet b. v. Florence dat ik aan z. g. ,,waarnemingskunst" 'n gruwelijken hekel heb.
Waarom ?
Wijl ik al wat één kant van 't groote leven geeft, inferieur, diep inferieur vind.
De naam : waarnemingskunst is mal, en toch heeft ze grond van bestaan, omdat er werkelijk zulk soort schrijvers zijn, wier heel in- en uitwendig leven eigenlijk alleen ,,waarnemen" is.
Hun dramaturgie is, als je 't maar goed beschouwt, gerangschikte waarneming.
Hun humor is gerangschikte waarneming. Hun meelij, hun smart is gerangschikte waarneming. Hun ob- en subjectiviteit is waarneming en nog eens waarneming. Hun tendens en hun aanklachten zijn 't, ten slotte hun heel zielebestaan. En ik verfoei ze, verfoei ze, hevig en■ diep !
Als 'n schrijver naar 't Amstelveld loopt, of naar de Nieuw-markt in Amsterdam, op de marktdagen, en hij gaat er heen om ,,waartenemen", om typen te zien, te bestudeeren, en hij weet mij, in nog zoo komplete waarneming van detail op detail, met dat leven niet te ontroeren, — eenige en diepste werking