387
Wie is er in dezen tijd die iets gigantisch iets titanisch in de kunst vermag ?
O ! deze wereld van besmetting en zedeloosheid, van wellust en verschrikking, ze is er ook in Amsterdam, in Londen, in Londen wellicht 't aller-ontzaggelijkst!
Misschien dat ik eens haar tragiek en epiek mag geven, als ik weer opleef Florence.
Ken jij de wereld van St. Lazare b. v. ?
De St. Lazare !
Maar god lieve, dat is de meest heische tragiek van het verziekte, uitgerotte en besmette vrouweleven, dat je je denken kunt.
Daar kan ik je nu niet veel van zeggen.
Eens zal ik er toe geraken, 't moet, 't moét!
Florence, hoe heb ook ik de kabottens- en artisten-extase gehad toen ik Montmartre leerde kennen, van den grond tot den top !
Wat heb ik voor zalige herinneringen, diep maar fijn, van m'n zwerftochten daar behouden.
Maar hoe voel ik dat leven nü heel heel anders.
Gansch buiten artistiekerige bouwlustigheid om, te dringen in de smarten, de heische vreugde, de orgiën en passiën van deze melaatschen, dat is 't Leven naderen.
Je hoort, je ziet, je oor, je oog, al je zintuigen staan van zelve, als zuiver kunstenaar open, voor de atmosferische schoonheid, 't licht, de schaduw, de groepeering waarin en onder alles leeft. En voor de schoonheidsontroering is er plaats tot in z'n machtigsten en heiligsten omvang, want je geeft het leven in zijn essensie, het groote menschenleven, en het groote stadsleven, de aspekten op alles wat mèt dat menschenleven ineengegroeid is.
Zoo kan je St. Lazare, in z'n menschelijkheid niet beelden of je geeft in alle diepte de plek, de omgeving, je beeldt met uiterste ontroering en hooge epiek.