377
alles van zeggen kunnen ! Ik sla nu maar zoo globaal aan, want alles bijna is de moeite waard apart er wat van te zeggen !
IX.
Och dat sombere Parijs, zien de optimistische, touristerige, boulevard]olige luitjes niet.
Dat Parijs wordt nauwlijks gekénd in z'n dieper komplex, door de zwervende Parijzenaars zeiven.
Men ziet 't op 'n plaatje !
Met 'n melodramatische rilling, 'n fijn lachje en 'n slokje wijn spoelt ,,men" die heele misere van zich af.
't Eskamoteerende Parijs bestaat alleen in opgewonden verbeelding, en de bloedgeronnen realiteit wijkt, verbleekt voor het aanwaaiend muziekgeschal achter de deuren uit, van de Folies Bergères, de Moulin Rouge! of Moulin de la Galette.
En nu wou ik nog zeggen, dat er ook 'n gemoedelijke, typische en pathetische Steinlen is.
De Steinlen van al die volksfeestvierende teekeningen, de Steinlen van rustieke smulpartijtjes, van burgermansgenoeglijkheids-karakteristiek, de beelder van Zondagsgangers op 't gras, omfladderd van papieren, servetten en allerlei eetpape-rassen; de Steinlen van verliefde soldaatjes en verliefde maagdjes; de Steinlen van heel innige idylletjes en teere gevoeligheid, zonder sentimentaliteit. Nooit is er 'n voorstelling zinnelijk bij Steinlen, al schetst hij de meest vooze en afgrijselijkste hysterie. Hij smult nooit zelf mee, met 't liederlijke van z'n sujetten.
Dat is bij al de anderen wèl zoo !
Steinlen geeft de vreeselijkste moordhoeken van Parijs, die zoo weinig menschen kennen, maar zijn beelding is geinspireerd op eigen ontzetting over het geweldige Leven, dat zich ook daarin uit. Nooit wordt de sensualiteit van 't geval overgedragen op de ziel van den schepper. Men voelt er zijn diepste ontroering, maar men walgt er schrikt en huivert.