374
en misdadige Parijs, het vreeselijke, tragische, hevige Parijs, 't Parijs door Balzac genoemd: ,,Ce grand chancre fumeux, étalé sur les deux bords de la Seine".
De onoogelijkste brasserie is voor hem middelpunt van de grootste menschdrama's. En daartusschen in, het oolijke, luchtige, lichtzinnige, in feestdruisch en rumoer rondwoelende Parijs, het Parijs met z'n prachtig, woelig en geweldig volksleven, zijn humor, prikkelende elegancie en gevatheid, zijn dans en dronkenschap.
Dat laatste leven kent iederéén bijna, 't andere maar heel, héél weinig schepselen, 't Is te bang, te grootsch, te sidderend en te gevaarlijk, te hevig van menschendrift en tragiek !
VIII.
In al Steinlen's menschentypen is pracht van gang, gebaar, beweging en leven, en er öm, atmosfeer. Z'n menschen ademen ! Zijn lijn is uiterst suggestief, zijn techniek dikwijls overweldigend, zijn dramatiek, schoon beheerscht, van een diepte en wijdheid die tasten doet in 't oneindige.
Hij beeldt noodlot-schepsels, waarvoor je, in hun afgrijselijkste daden, toch altijd diep meelij blijft voelen. Dat is uitwerking van Steinlen's diepe en groote menschelijkheid, die al z'n werk over je uitgutst.
Florence, je kent toch wel die vreeselijke vrouw, voor galg en rad gegroeid, uit 't moordzuchtige versje in dans la Rue, van Montrouge.
Ook 't versje geeft demonische tragiek.
Met wat' hevige zinnetjes staan de bloedige driften en misdaden van dien boef vóór je.
Hun lijden, kermen, razen en stil kreunen van passie ligt er in, in alle nuancen. En je voelt hoe hun duivelsche hallucinatie , over moord en diefstal, altijd tasten naar den Dood.
O ! Florence, dat kan geen wereldling en burgerman voelen, en niemand eigenlijk, zonder groot dramatisch verbeelden. Geen „fantaisie triste", en geen Roquette-visioen dezen keer!