372
perde verbittering, vol afschuw van dat vreeselijke leven daar op boulevard en buitenwijk. En toch bemint hij 't in de sfeer van ontroering die hem tot schoonheidsuiting brengt !
Hij kent nergens objektieve realiteit. Hij geeft zich heele-maal in z'n werk met z'n opstandsgevoel en z'n groot-men-schelijke aangedaanheid.
Een mensch, een hart, geen leege virtuoos van de lijn, met ongure filosofie en kwasie-diepzinnigheid. Zijn epiek, dramatiek en stemmings-lyriek, is overal sterk gesubjektiveerd, en doorstroomd van zijn innigste gevoelens. Toch hevig reëel, maar Steinlensch reëel!
Overal, in z'n kleinste kopje, zijn lichtste krasje en penhaaltje, z'n verste hoekje, is 't Steinlen's visie op te leven, Steinlen's ziel, en ontroering die er in beeft.
Zijn dramatisch openbaren van een nachtavontuur is prachtig van konceptioneel bewustzijn. Zijn menschelijke ontroering is zijn schoonheidsontroering.
Hij is de éénige, onder al die frivole, knappe, geurige, sterk-sensueele en technisch-geschoolde teekenaars der fransche moderniteit, die éénheid in Leven en Kunst heeft gebracht mèt zijn werk. De anderen zijn meest allen voos, wurmstekig van doodbloedende dekadentie, ziek van walgelijke verfijning en valsch-vernuft, geteisterd door 't droefste leven van on-natuur, gansch naast de schoonheid in iedere uiting bijna.
VII
Heel lang, nadat ik de diepe emotie van zijn menschdrama's heb ondergaan kom ik pas tot de enorme techniek van Steinlen's arbeid. Ik bekijk dan heel nuchter en bezonnen die ontzettende wereld van makroos, boeven, vreeselijke kade-zwervers, schooiers, naar onthalzing hunkerende vagebonden, nerveuze nihilisten-typen, uitvaagsel-artisten en straatzangers; die van alkohol en absinth doorbrande en verwezenloosde idioten-staarders; die wereld vooral van souteneurs en allerlei slag prostituée's. Ik zie weer moordwijven met in pijn openge-