3^9
van verschoppelingen of ellendegroepen. Want allereerst snoert mènschelijke ontroering hem de keel dicht. Daarna komt bezinning, zich in techniek en rust verdiepende bezinning. Dan staat in hem de kunstenaar óp, vol van menschelijk besef, de kunstenaar die bij elke schepping uitgaat van zijn meegevoel en zielsontroering, z'n hevige subjektiviteit. Van zelf leeft in hem de drang om in die beelding zijn opperste gave als artist te koesteren om die menschelijke ontroeringen in de Schoonheid uit te spreken. Het diepe, tremoleerende en onbewust-tragische samenstel van zijn lijn-psychologie, z'n dramatische innerlijkheid, zijn atmosferische voeling van licht, kleur, tint en schaduw, bouwt z'n schoonheid, en z'n teekenhand machtig, toch nog werkend met den sidder van doorgestane ontroeringen, weeft ons 't Leven op 'n brokje klein papier, overweldigend terug, massaal of heel rag, droom'rig of dieptonig-impressionistisch.
Zijn observatie, zijn typeerkracht, zijn humor breekt uit met hevige vlagen, maar bedwongen door zijn ontzaglijken levensernst en stille melankolie.
Steinlen heeft den ernst van Rembrandt, — die ernst in bewogenen dienst van zijn sterke en echte ontroeringen, en soms 't bezonken-meditatieve, dat Jan Vermeer zóó groot, zoo zegenend-mooi maakt.
Voel je diep Florence, wat z'n werk van al ander geteeken, gekrabbel, vies gesensualiseer in lijn en dor geobserveer onderscheidt ? Hij bemint z'n kunst of liever den zuiveren arbeid met goddelijke liefde, zooals elk zuiver kunstenaar dat ondergaan moet, wil hij groot werk leveren. Maar hij hongert niet naar ״be-typeering", naar ,,gevalletjes", om zijn grootbeeldend talent instruktief te houden.
Hij zwerft door de reuzenstad. Z'n pols klopt, z'n hart hamert van aandoening. Toch is hij rustig, neemt hij waar. Er is zoo groote en hevige bewegelijkheid in 't gansche boulevardleven. En iedere wijk heeft d'r aparten, zeer aparten groei van toestanden en gebeurtenissen, menschen en typen. Hij gluurt door de
24