3^3
daar, als in 't hart van Carmen. Er ziedt liefdesbedwelming in den leefroes. En achter dien roes schimt öp de morgue.... het noodlot van Carmen.... toujours la mort et rien que la Mort !
IV.
Vreeselijk Florence, en satanisch dat vlak bij de Morgue de Notre Dame rankt.
Daardoor alleen al is 't 'n stad om van te huiveren. Alles overvalt je inééns : schrik, ontroering en pracht.
O ! dat groote geheim van 't misdadige, diep-droeve Parijs, met de groote bekoring van het jubelende volksleven, hoe allerdiepst en zuiver heeft Steinlen het gevoeld. Hij heeft dooreengevlochten het drama, den moord, de idylle tusschen passie-vlammen, de avond- en nacht-romantiek van de lokkende lichtstad en de verschrikkingen der Seine-somberte in grauw en schemer.
Zie lieve, de kleine idylle in z'n A Mazas.
Dat is geen boevensentimentaliteit :
Embrassons nous ma gigolette, Adieu, sois sage et travaill' bien, Tach' de gagner un peu d'galette Pour 1'envoyer & ton pauv' chien, Nous r'tourn'rons su 1'bord de Ia Seine, A Meudon cueillir du lilas, Après qu j'aurai fini ma peine A Mazas.
Lieve, ken je de voorstelling dier seringen plukkende schepsels ? De droeve idylle van zooveel gigolets ?
Doodeenzaam overal rond de Seine-oevers. Avondval. Daar gaan ze door den schemer. Hij heeft een arm om haar hals gekneld, en z'n linker hand vast in haar rechter ; haar arm langs z'n rug. Er wiegt iets heel teeder in d'r heupen. Ze loopen in stille bedwelming, 'n vrijage van kus en lonk. Ze gaan voort, de kaden af, doodeenzaam. —