357
O, lieve, dat voor jou het socialisme ook is geworden tot een heiligdom van leven en lijden. Dat je 't hebt leeren zien als 'n geheel van levensschoonheid, waarbij alle kleinere mensch-uitinkjes tuimelen in 't niet ! Dat je 't vooral hebt leeren zien, niet als 'n brokje partijleer en politiek gestreef, maar als een levensdiepe synthese van 't allermenschelijkste, waarin het recht, de hoogste schoonheid en de diepste gedachte tot oplossing samengroeien.
Het is 't religieuze, dat er vooral zijn wijding aan gegeven heeft.
Want zóó de menschheidsziel te doordringen, zóó te begrijpen en te vergeven, zóó lief te hebben is religie !
Daarom lieve liefste, nu ik aan 't herstellen ga, moet ik je, vóór dit boek van jammer, smart en gepeins dichtgaat, nog eens breed zeggen, hoe ik werken ga, en hoe ik 't leven blijf voelen, nu wij vlak-aan-één zullen leven.
Ik zal 't je zeggen tot slot, breed en uit onderdeelen opgebouwd, maar laat me je nog eerst iets van mijn opleven verder vertellen en iets van jóu Parijs.
II.
lederen dag heb ik meer gewandeld. Ik lag nog zes uur te bed van de twaalf. Ik was wel dood-op na iederen tocht, maar ik waagde 't al 'n half uur alléén te loopen.
En hoe verder ik ging, hoe meer de landarbeid zich voor mij opdrong.
Hoe zou ik mij in dat leven van smart, van licht en gloed storten, ook als jij al bij me was. Ik zou geen enkel verlangen om breed dat pastorale leven te beelden, smoren. Van allen kant moest 't gezien. Ik zou rustig 't begeeren in me laten doorzingen. En ik zou maar zien, zien, bestudeeren, doku-menteeren. Ik zou alles doorleven, en mijn scheppende Wil zou wel gestalten geven aan dat leven, die natuur en die men-