352
Wat 'n leven en wat kleine dramaatjes in zoo'n hondenmand !
Zag ik 't niet gebeuren, dat twee zwakke kleintjes, 'n bruine en 'n zwarte, tot vijfmaal toe van de tepels weggetrapt werden door de sterkst en uit 't nest, en geen voedsel konden bemachtigen, als ik niet er tusschen gekomen was, en tot ontroerende vreugde van Aay, de vraatzuchtige smakkerts, de lipjes nog vol melk, uit 't nest had gelicht ? Ik maakte ruimte voor de twee zwakkere hondjes, die met hun denkende ouëmannetjeskopjes en droef half-geopende, vochtige oogjes, vreemd over die onverwachte redding schenen te peinzen. Maar zuigen deden ze toch, dat 't 'n lust was, om te zien.