,350
Die wondre verrukking toen op 't gezicht van Aaytje te zien !
Eerst 'n heelen tijd zei hij niets. Hij keek Bruno maar aan, en mij.
Bruno lag stil, met z'n langoorigen prachtkop en z'n melan-koliek-innigen snuit, me telkens bekijkend. Onder d'r tepels, 't naar zog-hunkerende gedrang der blinde hondjes.
lederen dag kwam hij 'n poos kijken, Aay, en iederen dag zat hij roerloos en zwijgend bij de kraamvrouw.
't Was 'n kostelijk gezicht.
Vóór 'm krioelden bruine, zwarte en wit-bruingevlekte jonkies.
Zag Bruno mij, dan kwispelde ze plots uit d'r mand óp en sleurde 'n kluitje blinde zuigertjes, die zich taai vastgezogen hadden mee, tot ze terugtuimelden, als hun moer over den mandrand naar mij toe sprong.
Kwam Bruno er later weer in, dan heel voorzichtig schoof ze de pooten tusschen het weeke, zacht-jankende en blinde wriemelkluitje, schikte en boog zich in den mand-vorm en dadelijk roken ze de moer-komst.
't Werd dan een prachtig-behoudzuchtig gedrang naar de voedster en melkborstjes. Ze kropen onder d'r staart, tusschen de achter- en voorpooten in. Ze bestootten en wriemelden elkander wèg. Er waren, die met den blinden kop naar beneden, 't weeke lijfje naar de hoogte gedrongen, de spartelpootjes vastdrukten tegen de gezwollen tepels en de bekjes tot zuigen zetten, tot anderen, sterker wellicht, dwars door de omgekeerd-zuigenden en hangenden heendrongen, de smakkertjes onder Bruno's zwaar lijf verduwden, en zich zelf, al worstelend, aan de vrijgevochten borstjes vastzogen.
Hadden die éénmaal beet, dan lieten ze niet los, weerden 't blinde gedrang, en hun monsterleelijke foetuskopjes grijnsden en zogen door, trokken, mummelden en verkauwden de speenen.
Heel ontroerend wTas 't de groote Bruno, met kalme, moederlijke overgave en geduld, zoo reuzig-stil te zien liggen, roerloos, tusschen z'n kroostgewoel; te zien, de zuchtende inschikkelijkheid, als haa.r 't bendetje letterlijk scheen leeg te smakkeren.