292
Alleen voel ik, dat er groote en hevige reaktie moet volgen op 't strak-stroeve en duldelooze getheoretiseer, van overigens heel knappe verstandsmenschen op ekonomisch en wijsgeerig-socialistisch gebied, schoon ze van het wezen der Schoonheid en der hoogste kunst geen aasje verstaan.
De groote kunst, door een werkelijk machtig temperament gegeven, staat buiten iedere verstandsformuleering en buiten elk dor intellektualisme. Ik heb socialistische theoretici over de schoonheid b. v. van Zola's werk, 'n ״romanschrijver", hooren praten, om er kippevel van te krijgen.
Neen, Florence, 't waren geen zotten, 't Waren zéér ontwikkelde, wetenschappelijk hoog staande, denkende figuren. Maar zonder besef, dat 'n Zola met z'n titanen-ziel, 'n Balzac. met z'n marmer verstand en gigantische voorstelling, 'n heel: leger van zulk soort wezens als zij zijn, omvat en inhoudt.
Ik heb in die kringen de schoonheid hooren besc.hateren, en den bruten waan van het pedantste intellektualisme zien zegevieren. En ze waren als zielen, als scheppende zieners, en levenomvatters en diepe voelers niets, letterlijk niets, deze lieden !
O ! ik hunker naar een strijd met hen, maar naar een gansch gedokumenteerd gevecht, want er ligt materiaal bijeengestapeld, waarmee veel van hun schetterpraat vermorseld kan worden.
En nu weet je lieve, dat ik diep overtuigd ben van den vat der burgerlijke kunst, vooral van den dood der burgerlijke poëzie. En je weet, hoe sterk en altijd ik bewees, dat elke kunstuiting luistert naar, en onder den invloed staat van een heerschend ekonomisch stelsel, geen niewigheidje, op zich zelf. Je weet, dat ik in Shakespeare, in Dante, in Rembrandt en in Beethoven 't groote leven van hun Tijd herken, dat zij, in de kern der maatschappelijke gebeurtenissen dringend, ook op den stroom dier gebeurtenissen meezwalkten, en altijd 't langst vertoefden aan den kant der onderdrukkers, verblind door de schoonschijnende ideologie eener eenzijdige moraal, eenzijdige