2^6
M'n lam lichaam lag roerloos, maar heel slap kon ik m'n rechterhand nog bewegen even om me heen. Plots voelde ik mijn gezicht nat, bedrupt worden, bemerkte ik dat de kussens de dekens en heel 't bed doorweekt stonden van water. Langs de wanden, tikketakte en drupte 't, heel-onder'noudend en gezellig, met klakkende lek-klankjes.
Zus 'n beetje bekomen, schreeuwde met verpleegster door den vloer terug dat er bij ons niet te stoppen viel.. dat we zelf onderliepen, 't Kwam van boven !
Het holle geroep door de nachtkamers en de verdempte buurstemmen met de doffe verschuiving van allerlei dingen die ik niet zag, bracht weer 'n stomme ellende in me. Niet een van de buren die er uitdurfde. 't Moedertje was natuurlijk in 'r nachthemd, Zus in 'r nachthemd, de brombeer vloekerig en gesmoord-ruziënd door 't plafond, natuurlijk in z'n onderbroek met bloote voeten plassend door 't nat. 't Stroomde, klikklakte, zoog en morste, plassige geluiden rondom neer, uit eiken hoek.
Eindelijk porden Zus en verpleegster de verhuur-juffrouw en haar meid boven, en die weer wekten de zoons en den vader. In holle, schreeuwige schrikgeluiden dazelde 'n verbrokkeld verhaal door 't plafond, 'n verhaal van onderloopen, 'n gevraag wat er toch gaande was, 'n telkens herhalen van half-begrepen en half-gehoorden vragen.
't Poppedijnmoedertje jammerde er door heen. Wat voor óns plafond bestemd was, werd gehoord en ontvangen door den vloer. Op wat wij naar boven schreeuwden antwoordde zij beneden. Van boven weer riepen ze naar óns. Dan gaf 't moedertje weer antwoord, die niet begreep dat wij nóg niet wisten wat er aan de hand was. Tot de verwarring zoo hoog liep, dat Zus er uit sprong en aan de trap riep dat er iemand naar beneden moest komen.
't Moedertje bleef jammeren dat haar heele boel vernield werd, haar gordijnen, kleeden, stoelen, meubeltjes, behang.