239
leefde door den muur heèn alles klaar en fel met de bezoekers meé. Ik zag de verhitte menschenkluit rillen onder de schelle verlichting en broeiende kachelgloeiing. Ik varieerde telkens andere typen. Ik speelde met haar gestalten en vergoochelde telkens hun tronies. Er werkte in mij, de demonische chargelust van Daumier, en de verfijnde zinnelijkheid in lijn-suggestie van Toulouse Lautrec. 't Wa• 'n subtiele prikkeling van de Verbeelding en 'n diepe indringing in 't besminkte vermaak. Ik blankette de gloeiende bakkesj es der zangeressen en het helgele café-chantantgas striemde er perverse zonden öp.
Ik had er 'n soort genot van, dat die joelende massa niet wist op welke fantastische wijze 'n doodzieke ze lag te bekijken achter 'n duisteren muur, haar stemmen en jubel, uit tronies en gestalten van eigen schepping, liet opklinken.
Zus had gezien hoe kalm ik mij in 't nachtrumoer schikte, was daardoor zelf ook rustiger. Er waren avonden dat ik mij voelde als 'n lamme op karnaval, die in den verblindenden lichtgloei der agiorno's staart, en een italiaansch nachtfeest met z'n moorsche glansen rond zich heen liet krioelen. Ik genoot van mijn eigen fantastische groepeeringen.
Van het Rembrandplein, over besneeuwde buurten, ging m'n Verbeelding öp naar de mysterieuze grachten van Italië. Ik roeide wèg over kanalen en lagunen, naar 't avondlichtend Venetië, met z'n kleurig feest-gedruisch. Ik zag de gondola's wiegelen op de goudbeplaste wateren ; de matrozen hun riemen scheren. Ik zag den schitter der bekapdoekte vrouwen, haar zangerigen zwier verwemelen tusschen de lichtende have.
Ik rook de wondre zoete lucht van het romantische Zuiden. De zwoelte omgeurde me van een zomernacht, en het marmer der Dogenpaleizen blankte voor mijn verbaasde oogen tot een wondre lichtstad, opgroeiend in 't diepste nachtazuur.
Zoo zag ik Venetië als in 'n droom van avondgoud en diep, maanmistig azuur, overwaaid met de zoelte van een wilde romantiek, in de ranke stacie van zijn paleizen, wiegen op z'n Canal Grande, in sluimer gezongen door het tooverig geneurie