225
hooren lucht verzuigen en kleppen. Hij was eerst wat bang geweest, voor het stille ruischende geweld, maar toen hij den machinist kalm zag oliën, en tusschen al 't gerader heen en weer loopen, durfde hij 't óók wel doen. Want hij durft alles dadelijk nadoen, zonder aarzelen of schrik.
Toen hij twee-en-'n-half jaar was, moeilijk sprekend, riep hij tóch, op alles wat hij zag : ,,eppe" ! greep z'n handje de lucht in : ,,watetore eppe.... moan eppe... . zon eppe...."
Nu, 'n beetje jongensachtiger, wil hij die dingen óók, maar zegt 't wat omzichtiger.
Ik moest hem ook toen terughouden. De machinist ver-fantaseerde hij tot 'n wilden-hoofdman met 'n gouden pet. De machinerieën zag hij als lévende wezens !
— Wat hebben ze 'n dorst, David, kijk es hoe ze drinken. . .. die wielen en die stangen.... lusten ze geen water, oom ?
Toen moest ik 'n heel verhaal doen, dat me slecht afging, wijl 't hem niet fantastisch genoeg was. Wonderlijk is 't, Florence, te zien hoe die jongen de realiteit wegtoovert en zijn fantastische werkelijkheid in de plaats zet voor 't gewone dingenverloop. En prachtig-hardnekkig voert hij de realiteit van zijn droomleven door, loochent hij alles wat voor z'n oogen staat wanneer 't niet mee wil mét zijn bewogene ziening.
Mijn verhaal deugde niet. Hij zou mij vertellen hoe 't was. Hij beweerde heel nadrukkelijk, dat ik er niets van wist, dat al die raderen als hij 't maar wilde, met een hand vastgegrepen tot stilstand te brengen waren.
't Geraas, dat de raderen en wielen maakten was spréken van zuigers en kleppen en stangen.
Hij beweerde plechtiglijk, dat de machinist-hoofdman ze alléén verstond.
Florence, onder dat praten en werkelijk-doorleèfd vertellen moet je z'n oogen zien staan. Zie, ik zou 't 'n schenden van z'n heerlijk zieltje vinden als ik je hem niet liet zien, precies zooals hij is. Zooals hij 't leven telkens omtoovert als kindgoochelaartje, met z'n naieve gebaartjes, engelenkopje en goud-
13