177
De liefde als 'n hemelsch preludium, Eros op 'n goud troontje !
En nu vervet zich 't wijfke, als 'n naar knoflook riekend ren-tenierstertje, zwellend in d'r chambrecloak, monkelend in d'r pluchen armstoel.
'n Bont narreschip de Liefde, gestrand op de riffen der innigste vulgariteit.
Uw huikje in maneschijn, geliefd paartje is lek ! Neem je onderrokje op lieve Eros, en jij meneer sla je broekspijpen om. Het modderbrijt hier lichtelijk in de buurt.
Haha ! Hahaha ! de Liefde in huis, met hangborsten en zwangerschap, 'n gulle buikkarikatuur voor ieder spotblaadje !
Zeker 'n zwangere vrouw is 'n heilig schepsel, zeker.... maar 'n niet-zwangere óók. Venus met holle lendenen, en kleurige verzwollen aderen op de beenen.... brr !
'n Kouseband sleept onder rommelige kleedage uit.
Maar er zijn er met fijne ochtendjaponnen, blanke uitzetten van geurig damast, gaas en Egyptisch sneeuwblank lijnwaad.
Venus, met voorbehoedmiddelen !
Geluk, eeuwig liefdesbegeer.... 't is alles duf en oudbakken als 'n verstane taart die korst en verdroogt.
Liefdesgeluk !.. 't is als de kleurpoëzie van een spektrum.. ontastbaar, wijkend, vervloeiend, vurig verbeeldingsgekleur, ge-vonk .... plots wèg !
Als je 'r naar tast is er niet eens weerkaats, niet eens wasem !
O Demon ! Verrukkelijke demon van verachting en haat, kom op !
Klauw je bokspooten vast in de aarde, wring je hoofd naar voor, posteer je lijf en lendenen, in afwachting van stormenden aanval.
Kom op, Demon, kom op !
Giet den gloed van je vurige gestalte over die schepselen heen, die daar in 't donker minnekoozen. Verlicht ze met je helleglans, één moment !
Wees bruut, genadeloos en verschrikkelijk !
Draai je heen en weer tusschen de minnekoozers. Schater, schater één hevig oogenblik. En verdwijn weer, verdwijn Demon!
12