66
— U is namenlijk nog al geruchtmakend !
— Ik juf., muf..vrouw, ik, als 'n muis zoo stil..
— Goed meneer, als 'n muis, maar u wilt wel toegeven, dat 'n muis niet tweemaal per dag met vijftig en honderd kilo halters werkt, zooals u ze daar voor je hebt. We wisten maar niet wat dat bonzen en dreunen beduidde !....
— Ja.... ja... . mevrouw.. .. maar.... maar ziet u, dat is oefening voor de spieren en voor de gezondheid, de gezondheid.... dat is mijn levensbehoud.... U wilt me toch niet verbieden.... verzoeken, dat te laten.... u begrijpt 't is gezond !....
•— Voor u misschien, maar niet voor mijn zieke. Voor hem is 't heel ongezond....
■—■ Maar allemachtig ! u wil toch bij geval niet.. dat.. ik 't werkelijk moet laten, ontstelde de bard haperend.
— Ik wil u nog wel meer verzoeken.... Ik wil u heel vriendelijk vragen de kamer tijdelijk heelemaal aan ons af te staan.
— Wat ? Wat-zegt u ? de kamer ? en ik dan.... m'n halters .... wat ? dat is ongehoord.... u windt me al meer en meer op.... juffrouw! dat is ongehoord.... m'n heele gezondheidsoefening .... in eigen huis.... 't is ongehoord !
— Ongehoord is 't niet meneer, met uw verlof, wij wenschen juist 'n kamer waar minder gehoord wordt. Wij zullen tot zoolang 't noodig blijkt gaarne dit vertrek er bij huren.
— Wat me ju., muf rouw., de zieke hier! hiér slapen.... in mijn bed, waarin ik later weer moet legge, de zieke éten
waar ik eèt----allemachtig mensch u maakt me gék ! ik vlieg..
ik vlieg !.. Ik kom hier nooit weer terug.. ik had 't al lang moeten wete.... mevrouw.... ik heb de eer.... Ik zal moeder zegge dat ik vertrek.... Morgen kunt U hier terecht .... ik heb de eer ! Allemachtig 'n mooie boel.. 'n halve dooie vlak achter m'n deur, ik had 't toch moete wete.... mevrouw ! dag mevrouw !
Glimlachend, toch wat rood opgewonden kwam Zus terug.
Ik had alles gehoord, ook gezien den maniakalen angst van