iÓ3
Mijn hoofd lag gesnoerd in een schroef van smartpijn. Ik stuip-trilde en schokte mee met eiken dreun.
Zus werd bleek, had in groote ontsteltenis al vroeger de huisjuffrouw gesproken, maar die ketste luchtigjes af :
— Ja siet u----'t is dur 'n jonge bard----je ken dur geen
oüfe kop op sette----en lachend overtuigd dat ze gelijk had,
dribbelde ze weg, zonder antwoord van Zus zelfs af te wachten.
Door toeval had ik vernomen met hoe groote moeite die kamer nog gehuurd was. Niemand die 'n zóó hevige zieke voor onbepaalden tijd wou hebben tegen maar zuinig geld. Twee keer was voor dien tijd al de boel bij anderen afgesprongen toen ze vernamen dat we joden waren. ״Jodetuig" wou ze niet op 'r kamer hebben, 't brave mensch. Ook de lui, waar men kamers met alkoof vooruit gehuurd had, wilden mij toen ze me zagen opdragen niet hebben. Zus had 't mij bij aankomst weten te verbergen. Maar later vernam ik 't, en voelde ik er nog de ellende van na, 't kwetsende, minachtende. Ze zagen m'n verlamming, maar meteen dat ik jood was, en toen hardvochtig wilden ze me weeromsturen. Zus, hoorde ik later, liet zich niet uit 't veld slaan, moest de verhuurders toen diep hebben laten voelen hoe laag en onmenschelijk 't zou zijn, mij in zoo'n toestand, de reeds gehuurde woning te weigeren. Met haar lieve fijnheid en bedeesde verontwaardiging won ze in vijf minuten de sympathie van 't gezin ; kon ik naar boven gesleept worden. Maar 't door toeval vernemende, bleef 't lang, als 'n smaad in me nagloeien.
Zus had zich met de heele vriendenwereld van mij te kwaad gemaakt, wijl ze op strengen raad van den dokter niemand tot me toeliet van wie ze verwachtte dat zij zich niet met praten konden beheerschen.
Ze lette, uit de voorkamer zélfs, op elke stemnuance, gebaar, en intimiteit. De stugge en woelig-onbeschofte bewoners van 't gansche huis had ze al onder den duim. De ruwe werkmeid, die eerst van 't winkelhuis naar de bovenkeuken holde en hakketrapte als tien huzaren over 'n Vondelparkbruggetje, sloop, onder haar suggestie, poeszacht op en neer.